Straat van Hormuz blijft dicht: Brent boven 89 dollar terwijl afkoelende inflatie de beurzen net overeind houdt

De olieprijs is deze week opnieuw opgelopen tot boven de 89 dollar per vat, nadat Iran liet weten dat de Straat van Hormuz gesloten blijft zolang Washington niet op zijn voorwaarden ingaat. Tegelijk kwam er uit de Verenigde Staten een inflatiecijfer dat lager uitviel dan de maand ervoor. Twee bewegingen in tegengestelde richting, en samen verklaren ze waarom de beurzen deze week nergens echt heen gaan.

Wat is er precies aan de hand?

De Straat van Hormuz is sinds eind februari van dit jaar effectief gesloten. Iran sloot de doorvaart als vergelding nadat de Amerikaans-Israëlische campagne tegen het land begon. Sindsdien is de waterweg het centrale strijdtoneel geworden van een conflict dat zich intussen ook economisch laat voelen.

Deze week liet Teheran weten dat er geen versoepeling komt zolang de Verenigde Staten de oorlog niet beëindigen en de sancties niet opheffen. Washington houdt vol dat het de situatie onder controle heeft. President Trump sprak over “totale controle” over het vaarwater, en energieminister Chris Wright verklaarde dat het scheepvaartverkeer op zondag zelfs boven het niveau van vóór het conflict lag.

De scheepvaartdata vertellen een ander verhaal. Volgens trackers passeerden er op maandag 11 augustus slechts een tiental schepen. Ter vergelijking: voor de sluiting waren dat er ongeveer 130 per dag.

Daar kwamen deze week bovendien nieuwe incidenten bij. Op woensdag beschuldigde de Jemenitische regering Houthi-strijders van een raketaanval op een commercieel schip in de Bab al-Mandabstraat, waarbij zes bemanningsleden omkwamen. Het Amerikaanse Central Command viel afzonderlijk een vrachtschip onder Panamese vlag aan dat de blokkade van Iraanse havens probeerde te doorbreken.

Straat van Hormuz blijft dicht: Brent boven 89 dollar terwijl afkoelende inflatie de beurzen net overeind houdt

Hoeveel olie gaat er nog door?

Voor de sluiting passeerde er dagelijks ongeveer 20 miljoen vaten ruwe olie en olieproducten door de straat, goed voor ruwweg een vijfde van het wereldwijde aanbod. Analisten schatten dat er vandaag nog 7 tot 9 miljoen vaten per dag doorkomen.

Dat gat verklaart de prijs. Het Brent-contract voor oktoberlevering noteerde woensdagochtend rond 89,53 dollar, een stijging van meer dan 2% op één dag. Sinds eind februari is Brent daarmee ongeveer 24% duurder geworden. Het Amerikaanse WTI volgde tot rond 83,90 dollar.

De verwachtingen lopen sterk uiteen. Verschillende analisten gaan ervan uit dat de prijs zonder diplomatieke doorbraak tussen 85 en 90 dollar blijft hangen en dat een normalisatie van het scheepvaartverkeer er niet inzit voor begin 2027. Anderen waarschuwen dat een langdurige impasse de prijs richting 120 dollar kan duwen.

Het inflatiecijfer: goed nieuws met een addertje

In een normale week zou het Amerikaanse inflatierapport het belangrijkste nieuws zijn geweest. De consumptieprijzen stegen in juli met 3,4% op jaarbasis, tegenover 3,5% een maand eerder. Op maandbasis ging het om een toename van 0,1%. Dat kwam overeen met wat economen verwachtten.

Afkoelende inflatie is doorgaans goed nieuws voor aandelen, en de eerste reactie was dan ook positief: de S&P 500 sloot 0,3% hoger, de Nasdaq zo’n 0,5%, terwijl de Dow Jones vrijwel onveranderd eindigde.

Maar 3,4% ligt nog altijd ruim boven de doelstelling van 2% die de Federal Reserve hanteert. Waar handelaren daags voordien nog ongeveer fiftyfifty gokten op een renteverlaging in september, verschoof de weddenschap na het cijfer richting ongewijzigd beleid.

En daar wringt het. Een olieprijs die met bijna een kwart is opgelopen sinds februari, werkt met vertraging door in transport, productie en uiteindelijk in de winkelprijzen. Precies op het moment dat de inflatie eindelijk de goede kant op leek te bewegen, bouwt er via de energiemarkt nieuwe opwaartse druk op. Dat maakt de beslissing van de Fed in september een stuk lastiger dan het inflatiecijfer op zich doet vermoeden.

Hoe reageren de beurzen?

Met veel beweging onder de oppervlakte en weinig eronderuit.

De Europese beurzen sloten donderdag vrijwel vlak tot licht lager. De Stoxx 600 eindigde op 659,24 punten, goed voor een verlies van 0,04%. De DAX gaf 0,12% prijs tot 26.299,74 punten, de CAC 40 verloor 0,28% tot 8.650,56 punten en de FTSE 100 leverde 0,56% in tot 10.772,67 punten. Europa is als netto-importeur van energie nu eenmaal gevoeliger voor een dure olieprijs dan de Verenigde Staten.

In Azië was het beeld vandaag verdeeld. De Nikkei 225 klom 0,6% tot 68.713,80 punten en de Zuid-Koreaanse KOSPI sprong 2,42% hoger tot 6.977,94 punten, allebei geholpen door de halfgeleidersector die profiteerde van het mildere Amerikaanse inflatiecijfer. De Hang Seng verloor daarentegen 1,0% tot 25.137,87 punten en de Shanghai Composite zakte 0,5% tot 3.908,05 punten.

Voor de Brusselse beurs is het intussen een kwestie van net niet. De Bel20 schommelt al enkele sessies rond de 5.775 punten en flirtte deze maand meermaals met zijn record, zonder erin te slagen om boven de 5.800 punten te sluiten.

Wat betekent dit voor beleggers?

Drie dingen zijn het opvolgen waard.

Om te beginnen zit er een duidelijke tweedeling in de markt. Technologie en halfgeleiders reageren op de rente en dus op inflatie, en die kant kreeg deze week goed nieuws. Alles wat energie-intensief is — transport, chemie, luchtvaart, zware industrie — kijkt naar het olievat en kreeg slecht nieuws. Wie in de indexstanden alleen maar rust ziet, kijkt over die scheidslijn heen.

Vervolgens is er de vertraging. Energieprijzen werken pas na maanden volledig door in de inflatiecijfers. Het cijfer van juli weerspiegelt dus nog niet ten volle wat er in de zomer met olie is gebeurd. Wie de rentebeslissing van september probeert in te schatten op basis van dit ene rapport, mist de helft van het plaatje.

En tot slot is er de vraag hoe lang dit duurt. Zolang de scheepvaart door de straat op een derde tot de helft van het normale volume blijft steken, is de huidige prijs geen tijdelijke schok maar een nieuw uitgangspunt. Dat is iets anders dan een piek waar je doorheen kijkt.

Waar moet je de komende weken op letten?

Op de scheepvaartcijfers, in de eerste plaats. Het aantal schepen dat de straat dagelijks passeert, is op dit moment een betrouwbaardere graadmeter dan de verklaringen van beide regeringen, die elkaar deze week openlijk tegenspraken.

Daarnaast op het Amerikaanse producentenprijsindexcijfer en op de volgende inflatiemeting, waarin de energiecomponent zwaarder zal doorwegen. En op de vergadering van de Federal Reserve in september, waar deze twee verhalen samenkomen.

Voor wie belegt met een horizon van jaren verandert er vandaag weinig fundamenteels. Geopolitieke schokken zijn geen reden om een spreidingsplan overhoop te gooien, en de beurzen hebben dit soort periodes eerder verwerkt. Maar wie in de veronderstelling leefde dat de inflatie een afgesloten hoofdstuk was, mag dat hoofdstuk voorlopig weer openslaan.

Bronnen

thomas

Thomas

Thomas is een allround belegger met een brede interesse in ETF’s, aandelen en obligaties. Als auteur bij Beleggen for Dummies legt hij helder en gestructureerd uit hoe je een evenwichtige portefeuille kunt opbouwen, zelfs als je net begint. Met zijn analytische kijk en rustige stijl gidst hij lezers door de fundamenten van passief en actief beleggen. Hij gelooft sterk in spreiding, lange termijn denken en het belang van goede basiskennis. Thomas schrijft graag over strategieën voor financiële rust en deelt ook regelmatig tips over hoe je zelf een gespreide en duurzame beleggingsaanpak kunt ontwikkelen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *