Levensstijlinflatie: waarom je opslag nooit bij je beleggingen terechtkomt
Stel je voor: je krijgt opslag. Netto zo’n 200 euro per maand erbij. Je rekent even, je bent tevreden, en je neemt je voor om dat geld voortaan te beleggen.
Zes maanden later kijk je naar je rekening en staat er precies evenveel als daarvoor. Niet minder, dat wel. Maar ook geen euro meer. En je kan met de beste wil van de wereld niet aanwijzen waar dat geld naartoe is gegaan.
Welkom bij levensstijlinflatie. Het is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom mensen met een goed inkomen alsnog geen vermogen opbouwen, en het is een van de weinige valkuilen in beleggen die niets met de beurs te maken heeft.
Waar gaat dat geld dan naartoe?
Zelden naar één grote uitgave. Dat is precies wat het zo ongrijpbaar maakt.
Het gaat naar een iets duurder abonnement omdat de goedkope variant nu net iets te beperkt aanvoelt. Naar twee keer per week bestellen in plaats van één keer. Naar de trein in plaats van de bus, de betere fiets, het extra streamingpakket, de vakantie die dit jaar toch met het vliegtuig is. Elk van die beslissingen is op zich verdedigbaar. Samen slorpen ze je hele opslag op.
Ik denk hier altijd aan een kast. Wat voor kast je ook krijgt, hij komt vol. Verhuis naar een groter huis met meer bergruimte, en binnen het jaar puilt ook die uit. Niet omdat je bewust besliste om meer spullen te kopen, maar omdat lege ruimte vanzelf gevuld raakt door wie er dagelijks langsloopt.
Met geld werkt het niet anders. Ruimte op je rekening is ruimte, en ruimte vult zich.

Wat zegt het onderzoek hierover?
Meer dan je zou denken, en het gaat verder terug dan je vermoedt.
In 1978 publiceerden Philip Brickman, Dan Coates en Ronnie Janoff-Bulman in het Journal of Personality and Social Psychology een onderzoek dat inmiddels klassiek is. Ze vergeleken lottowinnaars met een controlegroep en met mensen die door een ongeval verlamd waren geraakt. Hun bevinding was verrassend: de winnaars waren niet meetbaar gelukkiger dan de controlegroep. Sterker nog, ze haalden minder plezier uit gewone, alledaagse dingen dan voordien.
Het mechanisme daarachter heet hedonische adaptatie. Je went aan je nieuwe niveau, dat wordt je nieuwe normaal, en de dingen die daaronder liggen verliezen hun glans. Wie elke week uit eten gaat, geniet minder van uit eten gaan.
Wat betekent dat, dat geld dus niet helpt? Zo simpel is het niet, en de meest recente wetenschap is daar genuanceerder in geworden. In 2023 publiceerden Matthew Killingsworth, Daniel Kahneman en Barbara Mellers in PNAS het resultaat van wat een adversarial collaboration heet: twee onderzoekers die het eerder oneens waren, gingen samen de data in om uit te vissen wie gelijk had.
Kahneman had eerder gevonden dat welzijn afvlakt rond 75.000 dollar per jaar. Killingsworth had gevonden dat het gewoon blijft stijgen. Hun gezamenlijke conclusie: voor de meeste mensen blijft geluk wél toenemen met een hoger inkomen, ook boven dat bedrag. Het plateau dat Kahneman zag, geldt vooral voor de ongelukkigste twintig procent. Voor die groep helpt geld tot op zekere hoogte om ellende weg te nemen, en daarboven niet meer.
En eerlijk? Ik vind dat een bevrijdende nuance. Meer geld mág je gelukkiger maken. Alleen: niet automatisch, en niet als je het meteen weer omzet in een hoger niveau waar je binnen drie maanden aan gewend bent.
Wat kost het je concreet?
Hier wordt het pijnlijk, dus laten we het gewoon uitrekenen.
Neem die 200 euro per maand. Beleg je dat vijfentwintig jaar lang tegen een gemiddeld rendement van 7% per jaar, dan leg je in totaal 60.000 euro in. Wat er aan het eind staat, is ongeveer 162.000 euro.
Honderdtweeënzestigduizend euro. Voor een bedrag waarvan je vandaag niet eens kan reconstrueren waar het heen gaat.
En als 200 te veel voelt: bij 100 euro per maand kom je onder dezelfde aannames nog altijd op zo’n 81.000 euro uit. De helft van de inspanning, de helft van het resultaat, maar nog altijd een bedrag waar je iets mee bent.
Belangrijk daarbij: dit gaat niet over sparen ten koste van je leven. Het gaat over wat er gebeurt met het verschil tussen je oude en je nieuwe inkomen. Je leefde vorig jaar prima van het oude bedrag. Dat is geen theorie, dat is bewezen — je hebt het gedaan.
Hoe stop je het zonder jezelf iets te ontzeggen?
Niet met wilskracht. Wilskracht is een slechte strategie voor iets wat elke maand opnieuw gebeurt.
Wat wel werkt, is dat het geld je rekening verlaat vóór je het gezien hebt. Zet een automatische overschrijving op de dag dat je loon binnenkomt, niet op het einde van de maand. Wat je nooit op je zichtrekening ziet staan, mis je ook niet. Dat is geen truc, dat is gewoon hoe je brein werkt.
De tweede is de vuistregel die ik zelf hanteer bij elke loonsverhoging: verdeel de stijging in twee. De helft mag naar je leven, want een opslag die je nergens aan voelt, hou je niet vol en verdien je ook. De andere helft gaat rechtstreeks naar je beleggingen, en die verhoging voer je door op dezelfde dag dat de opslag ingaat. Niet volgende maand. Dezelfde dag.
De derde is een gewoonte die weinig mensen hebben: één keer per jaar je vaste kosten doorlopen. Abonnementen, verzekeringen, energiecontract, telefoon. Niet om te besparen op wat je graag doet, maar om te schrappen wat je stilzwijgend bent blijven betalen. Dat is bijna altijd goed voor enkele tientallen euro’s per maand die je nergens aan zal missen.
Is levensstijlinflatie dan altijd slecht?
Nee, en dat moeten we ook niet onder de mat vegen.
Wie na jaren krap zitten eindelijk een deftige matras kan kopen, een woning met isolatie, een auto die niet elke winter stukgaat — dat is geen levensstijlinflatie, dat is inhalen wat er ontbrak. Er is een verschil tussen je leven verbeteren en je leven duurder maken.
Het onderscheid dat ik daarbij gebruik, is of een uitgave iets structureels oplost of alleen even goed voelt. Isolatie verlaagt elke maand je factuur. Een duurder abonnement doet dat niet.
En er is nog een grens. Wie zijn hele leven uitstelt om over dertig jaar rijk te zijn, ruilt gewoon het ene probleem in voor het andere. Beleggen is een middel, geen doel. Als je jezelf elke euro moet ontzeggen om je plan vol te houden, is het plan te strak en niet jij te zwak.
De kast die altijd vol is
Terug naar dat beeld. De oplossing voor een kast die altijd vol raakt, is niet een grotere kast. Het is beslissen wat erin mag vóór je hem vult.
Zo werkt het ook met je inkomen. Zolang je pas op het einde van de maand kijkt wat er overblijft, blijft er niets over — hoeveel je ook verdient. Zodra je aan het begin van de maand beslist wat er weggaat, blijft de rest vanzelf binnen de lijnen.
Je volgende opslag komt er ooit. Misschien volgend jaar, misschien bij een nieuwe job. Beslis nu al wat je ermee doet, want op het moment zelf beslist je levensstijl het voor je.
En dan mag je gerust de helft opdoen. Dat heb je verdiend.
Bronnen
- Brickman, Coates & Janoff-Bulman (1978) – Lottery winners and accident victims: is happiness relative? Journal of Personality and Social Psychology
- Killingsworth, Kahneman & Mellers (2023) – Income and emotional well-being: a conflict resolved, PNAS
- Princeton – Kahneman resolves conflict on income-wellbeing study
- PubMed – Income and emotional well-being: a conflict resolved