Kredietmarkten meest oververhit sinds 2007: opletten geblazen?

Wie vandaag naar bedrijfsobligaties kijkt, ziet op het eerste gezicht een bijna ideaal plaatje: stevige vraag, vlotte plaatsingen, weinig incidenten die doorwegen op de brede markt en risicopremies die blijven krimpen. Maar precies dat “comfort” maakt een groeiende groep professionele beleggers zenuwachtig. In januari 2026 zijn de yield premiums (kredietopslagen) op wereldwijde bedrijfsobligaties teruggevallen naar niveaus die het dichtst aanleunen bij de pre-crisisjaren, met 2007 als ongemakkelijke referentie. Dat is geen voorspelling van een nieuwe financiële crisis, wél een signaal dat de markt heel weinig vergoeding vraagt voor risico’s die niet verdwenen zijn: geopolitiek, beleidsonzekerheid, herfinancieringsdruk en verborgen kwetsbaarheden bij zwakkere kredietnemers. De kern van de waarschuwing van partijen als Aberdeen Investments en Pimco: mis momentum niet met veiligheid, want wanneer spreads extreem krap worden, is de foutmarge klein en wordt het risicobeheer belangrijker dan de jacht op de laatste basispunten rendement.

kredietmarkten oververhit

Spreads op het laagste punt sinds juni 2007: wat zegt dat eigenlijk?

De meest geciteerde datapunt in recente marktcommentaren is dat de wereldwijde kredietopslag op een brede index van bedrijfsobligaties is teruggevallen naar ongeveer 103 basispunten, het laagste niveau sinds juni 2007. Zo’n cijfer klinkt abstract, maar de betekenis is concreet: beleggers nemen genoegen met een zeer beperkte extra vergoeding bovenop risicovrije (staats)rentes om bedrijven geld te lenen. In een markt waar onzekerheden nooit volledig verdwijnen, is die vergoeding de “buffer” die je krijgt voor wanbetalingsrisico, liquiditeitsrisico en de kans dat de markt plots omslaat.

Wanneer spreads zo krap worden, is de asymmetrie belangrijk: de potentiële winst door nóg iets krapper te gaan is beperkt, maar het verlies bij een normalisatie of stressmoment kan plots versnellen. Een kleine spreadbeweging betekent immers een directe koersimpact op obligaties, zeker bij langere looptijden. Bovendien wordt de prijsvorming kwetsbaarder: er is minder ruimte om slecht nieuws te absorberen zonder dat beleggers tegelijk naar de uitgang willen. Dat verklaart waarom waarschuwingen over “complacency” nu luider klinken dan een paar kwartalen geleden, ondanks het feit dat de macro-economische basis in veel regio’s voorlopig veerkrachtig blijft.

Ook psychologisch speelt dit mee. Na een periode waarin obligaties opnieuw aantrekkelijke couponrendementen boden, is de drang groot om rendement vast te klikken. Als de consensus gelooft dat de landing van de economie “zacht” blijft, verdwijnt de prikkel om selectief te zijn. Het risico is niet dat iedereen morgen panikeert, maar dat portefeuilles stilaan op dezelfde veronderstellingen leunen: lage volatiliteit, beperkte defaults en een kredietcyclus die wel “onder controle” blijft. In krappe spreadomgevingen kan één onverwachte schok voldoende zijn om die veronderstellingen te testen.

De paradox van 2026: recordvraag en stevige emissies, terwijl risico’s rondwaren

Een opvallend kenmerk van deze fase is de combinatie van krappe spreads met zeer sterke activiteit op de primaire markt. Begin januari 2026 was de Amerikaanse markt voor investment-grade bedrijfsobligaties uitzonderlijk druk, met een uitgifteweek die volgens marktdata de drukste was sinds de Covid-periode. Dat patroon is logisch: wanneer de markt gunstig is en beleggers hongerig zijn, willen bedrijven snel financiering vastleggen. Voor emittenten is het rationeel gedrag; voor beleggers is het een stresstest van discipline.

Want met veel aanbod groeit de verleiding om “automatisch” mee te doen, zeker wanneer deals vlot overschreven zijn en pricing scherp wordt gezet. In zo’n klimaat verschuift de focus vaak van kredietkwaliteit naar technische factoren: hoeveel vraag is er, hoe groot is de allocatie, hoe presteert de deal op dag één. Dat werkt zolang het sentiment meezit, maar het kan ook betekenen dat risico’s onder de radar blijven. Wanneer spreads krap zijn, wil je net meer zekerheid over kasstromen, balanssterkte en herfinancieringsplannen, niet minder.

Daarbovenop komt beleidsonzekerheid. Grote obligatiebeheerders wijzen er expliciet op dat markten weliswaar gedragen worden door een “resilient” groeiverhaal, maar dat er tegelijk thema’s spelen die niet netjes in spreads geprijsd lijken: geopolitieke spanningen, mogelijke verschuivingen in begrotings- en handelspolitiek en het risico dat inflatie of financieringskosten hardnekkiger blijven dan verwacht. Pimco heeft bijvoorbeeld publiek besproken dat onvoorspelbaarheid in beleid en mogelijke druk op instituties (zoals centrale banken) kan doorwerken in volatiliteit en risicopremies. Zelfs als je niet elk scenario even waarschijnlijk acht, is het moeilijk om te argumenteren dat de juiste vergoeding daarvoor vandaag royaal is.

Voor beleggers ontstaat daarmee een klassieke paradox: niet belegd zijn kan pijn doen wanneer spreads nog wat verder krapper lopen en carry (couponinkomsten) blijft binnenkomen, maar té comfortabel belegd zijn kan duur uitvallen als de markt in korte tijd opnieuw een hogere risico-opslag eist. Wie de laatste jaren in credit succesvol was, heeft vaak gelijk gekregen door risico te nemen. Net dat succes kan complacency voeden.

Waar schuilen de barsten? Private credit, herfinanciering en het “verborgen” kredietrisico

Een belangrijk element in de huidige waarschuwingen is dat niet alle kredietstress eerst zichtbaar wordt in klassieke beursgenoteerde obligatie-indexen. Een deel van het risico kan in minder transparante hoeken zitten, zoals private credit en leningen met minder frequente prijszetting. Reuters berichtte recent over een MSCI-analyse waaruit blijkt dat de rate van writedowns (afwaarderingen) op senior loans in private credit-fondsen sinds 2022 is verdrievoudigd. Dat betekent niet dat de publieke kredietmarkt morgen dezelfde klap krijgt, maar het is wél een signaal dat hogere rentes en strengere financieringscondities ergens beginnen te knagen, vooral bij zwakkere bedrijven die in de afgelopen jaren goedkoop konden herfinancieren.

Dit raakt aan een kernvraag voor 2026: hoe gezond is de onderliggende kredietkwaliteit wanneer de herfinancieringsgolf op gang komt? Veel bedrijven hebben hun looptijden in het verleden verlengd, maar niet iedereen. Naarmate meer schulden geherprijsd worden tegen hogere coupons, stijgt de druk op interest coverage ratios. In een omgeving met krappe spreads krijgen beleggers relatief weinig betaald om die overgangsperiode uit te zitten. Als defaults laag blijven, is dat prima; als defaults of downgrades oplopen, kan de herprijzing abrupt zijn.

Daarom hameren verschillende banken en beheerders op selectiviteit en bescherming. Bloomberg berichtte eerder al dat Goldman Sachs-strategen cliënten aanmoedigden om te hedgen wanneer spreads richting pre-crisisniveaus bewegen. Hedgen hoeft niet te betekenen dat je volledig uit krediet stapt; het kan gaan om het beperken van exposure in de zwakste segmenten, het verkorten van duration, het inzetten van credit default swaps op indices, of het verhogen van liquiditeitsbuffers. De rode draad: de tijd om risicobeheer “achteraf” te regelen, is meestal net wanneer alles te goed voelt.

Wat betekent dit concreet voor particuliere en professionele beleggers? Ten eerste: kijk voorbij de headline yield. Een bedrijfsobligatie met een mooie coupon kan nog steeds een slechte deal zijn als de spread te krap is voor het risico dat je neemt. Ten tweede: let op concentraties. In populaire creditfondsen en ETF’s kan de exposure naar dezelfde grote emittenten of sectoren lopen, waardoor diversificatie minder groot is dan ze lijkt. Ten derde: onderschat liquiditeit niet. In rustige markten is liquiditeit “onzichtbaar” aanwezig; in stressmomenten wordt ze plots de prijsbepaler.

Tot slot is het nuttig om het 2007-referentiepunt correct te interpreteren. Niemand beweert dat de markt identiek is aan toen: bankbalansen, regelgeving en transparantie zijn veranderd. De waarschuwing gaat eerder over gedrag dan over exacte parallellen: wanneer krediet te goedkoop geprijsd wordt, is het systeem gevoeliger voor verrassingen. En verrassingen zijn per definitie datgene wat de markt niet netjes had ingeprijsd.

Bronnen

thomas

Thomas

Thomas is een allround belegger met een brede interesse in ETF’s, aandelen en obligaties. Als auteur bij Beleggen for Dummies legt hij helder en gestructureerd uit hoe je een evenwichtige portefeuille kunt opbouwen, zelfs als je net begint. Met zijn analytische kijk en rustige stijl gidst hij lezers door de fundamenten van passief en actief beleggen. Hij gelooft sterk in spreiding, lange termijn denken en het belang van goede basiskennis. Thomas schrijft graag over strategieën voor financiële rust en deelt ook regelmatig tips over hoe je zelf een gespreide en duurzame beleggingsaanpak kunt ontwikkelen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *