Het horrorverhaal van WeWork: van unicorn naar drama
Het begon als een sprookje. Een hip techbedrijf dat beloofde de manier waarop mensen werken fundamenteel te veranderen. Open werkplekken, inspirerende kantoren, community als kernwaarde – en natuurlijk: exponentiële groei. WeWork was de belichaming van alles wat Silicon Valley zo aantrekkelijk maakte voor investeerders: snel, disruptief en doorspekt met charisma. Maar wat begon als een droom voor gedeelde werkplekken eindigde in een financieel en moreel bloedbad dat niemand in de sector onberoerd liet. Van unicorn naar zombiebedrijf, het pad dat WeWork aflegde leest als een modern Griekse tragedie, met een overmoedige oprichter in de hoofdrol en miljarden dollars in de vuurlinie.

Hoe WeWork razendsnel uit de startblokken schoot
Het idee leek aanvankelijk geniaal in zijn eenvoud: kantoren opdelen in kleine eenheden en deze flexibel verhuren aan freelancers, startups en bedrijven die af wilden van lange huurcontracten. In 2010 richtten Adam Neumann en Miguel McKelvey in New York het bedrijf op. In een tijd waarin remote werk nog een niche was en co-working net opkwam, positioneerde WeWork zich als dé sociale werkplek voor de moderne ondernemer.
De belofte van community, gecombineerd met stijlvolle inrichting, gratis kombucha en events, zorgde ervoor dat mensen massaal intekenden. Het groeimodel was agressief: WeWork huurde panden op lange termijn, renoveerde ze met flair, en onderverhuurde ze op korte termijn. Dat werkte zolang de vraag bleef stijgen, en dat deed ze – aanvankelijk.
Investeerders werden wild van het concept. Het Japanse SoftBank, gerund door de legendarische Masayoshi Son, pompte miljarden in het bedrijf via zijn Vision Fund. In 2019 stond de waardering van WeWork op een hallucinante 47 miljard dollar. De droom was compleet: een klassieke unicorn, klaar om de beurs te veroveren. Of toch niet?
Waarom het businessmodel al van bij de start rammelde
Wat bij veel investeerders in de euforie onderbelicht bleef, was hoe fragiel het fundament van WeWork werkelijk was. Het bedrijf was geen techbedrijf, ook al werd het zo verkocht. In realiteit was WeWork een vastgoedbedrijf met een technologiejasje. En vastgoed is traag, kapitaalintensief en notoir gevoelig aan conjunctuur.
De kern van het probleem? WeWork huurde gebouwen langlopend in, tegen stevige prijzen, maar onderverhuurde ze met flexibele contracten. Dat maakte het extreem kwetsbaar voor schommelingen in bezettingsgraad. Eén economische schok – en die zou niet lang op zich laten wachten – en het kaartenhuis zou instorten. Toch bleef het bedrijf uitbreiden, vaak zonder duidelijke winststrategie.
De burn-rate was astronomisch. In 2018 verbrandde WeWork zo’n 2 miljard dollar. Maar zolang het groeide, bleef de façade intact. Het mantra “groei boven winst” was in die tijd nog salonfähig. De bubbel waarin het bedrijf zich bevond, werd mede gevoed door een bizarre bedrijfscultuur waarin Adam Neumann als visionaire messias werd voorgesteld.

Wat liep er écht mis tijdens de beurspoging?
In 2019 besloot WeWork naar de beurs te trekken. De beursintroductie (IPO) moest het hoogtepunt worden van een decennium van groei. Maar het prospectus dat werd vrijgegeven, toonde iets heel anders: een bedrijf met torenhoge schulden, geen zicht op winst, en een CEO die zich gedroeg alsof het bedrijf zijn persoonlijk speeltje was.
De lijst van rode vlaggen in het IPO-document was indrukwekkend. Neumann had eigendommen die hij aan WeWork verhuurde, wat voor belangenconflicten zorgde. Hij had zichzelf het exclusieve recht gegeven op de merknaam “We”, die hij voor miljoenen aan WeWork verkocht. Bovendien was zijn leiderschap grillig, megalomaan en doordrenkt van esoterisch jargon. Denk aan zinnen als “we’re going to elevate the world’s consciousness”. Menig investeerder fronste de wenkbrauwen.
De kritiek was vernietigend. Binnen weken werd de beursgang afgeblazen. Neumann werd gedwongen af te treden, maar stapte niet met lege handen op: hij kreeg een ontslagvergoeding van meer dan 1 miljard dollar, inclusief aandelenverkoop en leningen. Een bittere pil voor investeerders en werknemers die hun toekomst aan WeWork verbonden hadden.
Hoe SoftBank probeerde de brokken te lijmen
Na het vertrek van Neumann probeerde SoftBank het tij te keren. De Japanse investeerder, die miljarden in WeWork had gestopt, had er alle belang bij om het bedrijf overeind te houden. CEO’s werden gewisseld, kosten werden bespaard, kantoren gesloten en de expansie werd stopgezet. In 2021 kwam WeWork alsnog via een omweg – een SPAC-fusie – op de beurs. Maar het aura van magie was verdwenen. En met de coronacrisis die remote werken definitief mainstream maakte, begon het doek langzaam te vallen.
De beurswaarde van WeWork zakte als een pudding in elkaar. Van 47 miljard dollar zakte het bedrijf naar minder dan een paar honderd miljoen. In november 2023 vroeg WeWork uiteindelijk uitstel van betaling aan in de VS – het definitieve bewijs dat het model onhoudbaar was. Het woord “zombiebedrijf” viel vaker. Een organisatie die nog beweegt, maar wiens hart al lang niet meer klopt.
Wat kunnen beleggers leren uit dit debacle?
Het verhaal van WeWork is geen eenmalig accident de parcours. Het is een voorbeeld van hoe euforie, charismatische leiders en goedkoop geld kunnen leiden tot collectieve blindheid. Het is niet de eerste keer – denk aan Theranos of de dotcom-bubbel – en het zal helaas ook niet de laatste keer zijn. Maar er zitten wel lessen in.
Ten eerste: laat je niet verblinden door hype. Een bedrijf met een mooie missie en een flashy CEO is niet per definitie een goede belegging. Kijk naar het businessmodel. Is het schaalbaar? Is er winstgevendheid in zicht? Zijn er structurele risico’s die bij een economische terugval dodelijk kunnen zijn?
Ten tweede: let op corporate governance. CEO’s die eigendommen aan hun eigen bedrijf verhuren, zichzelf merknaamrechten verkopen of zich gedragen als rocksterren in plaats van bedrijfsleiders, verdienen argwaan. Goed bestuur is geen bijzaak, het is een fundament.
En tot slot: tech of vastgoed? Investeerders liepen mee in het verhaal dat WeWork een techbedrijf was, terwijl het dat niet was. De waarderingen waren gebaseerd op fictie, niet op cijfers. Er is niets mis met investeren in vastgoedbedrijven, maar dan moet je ze ook zo analyseren – met aandacht voor cashflow, huurcontracten en cycli.
Hoe staat WeWork er vandaag voor?
WeWork bestaat nog, maar het is een schim van wat het ooit was. Veel kantoren zijn gesloten, het vertrouwen van klanten is broos en het personeelsbestand is gedecimeerd. SoftBank heeft het overgrote deel van zijn investering afgeschreven. De hoop dat WeWork ooit nog een leidende rol speelt in de werkomgeving van de toekomst lijkt ijdel.
Toch is het idee achter WeWork niet per se slecht. De vraag naar flexibele werkplekken is er nog steeds, vooral nu hybride werk gangbaar is. Maar die markt wordt nu ingevuld door spelers die kleinschaliger, winstgerichter en minder extravagant opereren. Het is ironisch: waar WeWork als pionier de markt vormgaf, zullen anderen uiteindelijk de vruchten plukken.
WeWork zal de geschiedenis ingaan als een waarschuwingsverhaal. Een monument van overmoed, gebrekkig leiderschap en misplaatste dromen. Maar ook als een wake-up call voor beleggers: achter elk “visionair” verhaal moeten degelijke cijfers schuilgaan. Anders investeer je niet in een bedrijf, maar in een illusie.