USMCA: United States-Mexico-Canada Agreement – de opvolger van NAFTA voorgesteld
Het oude vrijhandelsakkoord NAFTA was jarenlang een belangrijk fundament voor de economische samenwerking tussen de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Sinds de jaren ’90 zorgde het voor het wegvallen van talloze handelsbarrières, maar na bijna drie decennia stond het pact onder druk. De roep om modernisering, bescherming van binnenlandse industrieën en betere arbeidsvoorwaarden leidde tot een grondige heronderhandeling. Die heronderhandeling resulteerde uiteindelijk in de USMCA: het United States-Mexico-Canada Agreement, een hertekend handelsakkoord dat in juli 2020 officieel van kracht werd. Maar wat houdt dit verdrag nu precies in? En vooral: waarin verschilt het van zijn voorganger NAFTA?
Waarom werd NAFTA vervangen door USMCA?
NAFTA (North American Free Trade Agreement), dat sinds 1994 van kracht was, heeft de handel tussen de drie Noord-Amerikaanse landen aanzienlijk vergemakkelijkt. Tarieven verdwenen, investeringen namen toe, en veel bedrijven richtten hun productieketens grensoverschrijdend in. Maar na verloop van tijd begonnen de barsten in het pact zichtbaar te worden. Kritiek kwam er zowel van linkse vakbonden als van conservatieve politici. Jobs in de maakindustrie zouden massaal naar Mexico zijn verhuisd, Amerikaanse boeren zouden te lijden hebben onder oneerlijke concurrentie, en bepaalde regels waren verouderd in een wereld die almaar digitaler werd.
Onder druk van de Amerikaanse regering van president Donald Trump, die NAFTA herhaaldelijk een “ramp” noemde voor Amerikaanse arbeiders, werd een heronderhandeling gestart. Dat leidde tot een stevig aangepaste versie, met andere accenten en een andere naam: USMCA. De verandering ging verder dan cosmetisch. Al was het niet meteen een revolutie, het was wel degelijk een stevige evolutie.
Wat me persoonlijk opviel bij het doorploegen van de teksten van het nieuwe verdrag, is de aandacht voor modernisering. Denk aan hoofdstukken over digitale handel, intellectuele eigendom en milieuregels die destijds onder NAFTA nauwelijks of niet bestonden. Maar ook de subtielere veranderingen, zoals de aangepaste regels rond oorsprong van producten, verraden een politieke agenda die nationale belangen beter moet beschermen.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen onder USMCA?
De verschillen tussen NAFTA en USMCA zitten ‘m in de details, maar sommige zijn wel degelijk fundamenteel. Eén van de meest besproken wijzigingen is de nieuwe oorsprongsregel voor auto’s. Voortaan moet 75% van een voertuig afkomstig zijn uit de drie partnerlanden (onder NAFTA was dat 62,5%) om in aanmerking te komen voor tariefvrije invoer. Bovendien moet minstens 40 tot 45% van de auto geproduceerd worden door arbeiders die minstens 16 dollar per uur verdienen. Dit moet de lonen opdrijven in Mexico én banen beschermen in de VS en Canada.
Daarnaast kwamen er regels rond digitale handel, een onderwerp dat bij de opmaak van NAFTA nog sciencefiction was. USMCA verbiedt invoertarieven op digitale producten zoals e-books, software en muziekdownloads. Ook de bescherming van intellectuele eigendom werd aangescherpt, met langere termijnen voor auteursrechten en betere handhavingsmechanismen tegen namaak.
De Canadese zuivelsector kreeg het wel te verduren. Canada moest zijn beschermde melkmarkt gedeeltelijk openstellen voor Amerikaanse producenten. In ruil kon Canada bepaalde exportquota behouden, maar de interne politieke druk was groot. Veel Canadese boeren voelden zich verraden, wat politiek moeilijk lag voor premier Trudeau.
Ook op vlak van arbeidsrechten zien we een opvallende verandering. Er werd een mechanisme ingevoerd dat toelaat om klachten in te dienen bij schendingen van arbeidsrechten, met als doel om Mexicaanse arbeiders beter te beschermen. In de praktijk moet blijken of dit tanden heeft, maar de intentie is duidelijk: eerlijke concurrentie moet hand in hand gaan met fatsoenlijke arbeidsomstandigheden.
Wat zijn de economische gevolgen van USMCA?
Wie had gehoopt op een tsunami aan economische verschuivingen, werd enigszins teleurgesteld. USMCA zorgde eerder voor stabiliteit dan voor disruptie. De onzekerheid over de toekomst van het Noord-Amerikaanse vrijhandelsblok werd weggenomen, en dat was op zich al een zegen voor bedrijven die in drie landen tegelijk actief zijn. Denk aan autofabrikanten, landbouwbedrijven of e-commerce giganten. Zij konden opgelucht ademhalen.
Toch zijn de gevolgen niet verwaarloosbaar. In de automobielsector zijn de nieuwe regels een uitdaging. Bedrijven moeten meer lokaal aankopen en hogere lonen betalen om in aanmerking te blijven komen voor tariefvrije toegang. Dat betekent in de praktijk hogere productiekosten. Sommigen schroefden hun investeringen terug of pasten hun ketens aan. Op langere termijn kan dat resulteren in meer jobs in Canada en de VS, al zal dat niet zonder prijskaartje zijn.
In Mexico zijn de verwachtingen gemengd. Aan de ene kant kan betere arbeidsbescherming de levensstandaard verhogen, aan de andere kant vrezen sommige bedrijven dat hun concurrentiepositie verslechtert. Er is ook meer bureaucratie, meer documentatie nodig om de oorsprong van producten aan te tonen. Zeker voor kleinere ondernemingen zijn dit geen futiliteiten.
Voor investeerders biedt USMCA wel duidelijkheid. Juridische bescherming voor buitenlandse investeringen blijft bestaan, en het akkoord heeft een duur van 16 jaar met een herzieningsmoment om de zes jaar. Dat laatste is slim: het geeft ruimte voor aanpassing zonder dat telkens alles op de helling komt te staan. Persoonlijk vind ik dat een diplomatiek huzarenstukje – een soort ingebouwde “resetknop” zonder te veel onzekerheid te creëren.

Is USMCA een blauwdruk voor toekomstige handelsakkoorden?
USMCA heeft enkele elementen die ook buiten Noord-Amerika worden opgepikt. De aandacht voor digitale handel is daar een mooi voorbeeld van. Steeds meer landen beseffen dat e-commerce, data-opslag en intellectuele eigendom een centrale plaats innemen in de economie van de 21e eeuw. Ook de arbeidsclausules en milieubepalingen worden vaak geciteerd als inspiratiebron voor andere akkoorden. In die zin fungeert USMCA als een laboratorium van hoe handelsregels kunnen meegroeien met maatschappelijke verwachtingen.
Tegelijk is het akkoord een kind van zijn tijd: protectionistisch, strategisch en sterk gericht op het behoud van binnenlandse productie. In tijden van geopolitieke spanningen, met discussies over ketenafhankelijkheid en herindustrialisering, lijkt dat geen toeval. De VS wil minder afhankelijk zijn van verre productiecentra. En met de groeiende concurrentie van China in het achterhoofd is een solide en eerlijke Noord-Amerikaanse markt geen overbodige luxe.
Toch moeten we ook realistisch blijven. Handelsakkoorden kunnen maar zoveel doen. Ze zijn het speelveld, niet de spelers. Bedrijven, regeringen en arbeiders zullen zelf hun weg moeten vinden binnen het nieuwe kader. En of de doelstellingen – eerlijkere lonen, meer binnenlandse productie, bescherming van digitale belangen – werkelijk gerealiseerd worden, zal pas op langere termijn duidelijk worden. Wat wel vaststaat, is dat USMCA een opvallend hybride akkoord is: deels klassiek vrijhandelsdenken, deels protectionistisch reflexbeleid. Een mengvorm die misschien wel typerend is voor deze economische tijdsgeest.