Stagflatie: hét horrorscenario voor beleggers (en de samenleving)

Het klinkt als een obscure term uit een economieles, maar stagflatie is allesbehalve theoretisch. Wanneer economische groei stokt, werkloosheid stijgt en de prijzen blijven toenemen, spreken we van stagflatie — en voor zowel beleggers als beleidsmakers is het een waar horrorscenario. In tegenstelling tot gewone inflatie of recessie, waar nog enigszins voorspelbare tegenmaatregelen bestaan, wringt het hier aan alle kanten tegelijk. Stagflatie is zeldzaam, complex en pijnlijk. En wie denkt: “ach, dat gebeurt bij ons toch niet”, heeft wellicht de jaren ’70 niet meegemaakt. Of volgt het nieuws vandaag niet op de voet.

Wat is stagflatie eigenlijk?

De term komt van “stagnatie” (geen of negatieve economische groei) en “inflatie” (prijsstijging). Normaal gezien gaan die twee zelden samen. In een goed draaiende economie stijgen de prijzen omdat er veel vraag is, mensen meer uitgeven, bedrijven investeren. Maar bij stagflatie heb je het tegenovergestelde: de economie zit muurvast, de werkloosheid stijgt, consumenten houden de vinger op de knip — én toch stijgen de prijzen.

Dat is contra-intuïtief. Want waarom zouden prijzen blijven stijgen als er weinig economische activiteit is? Het antwoord zit vaak in de kostenkant: bijvoorbeeld door een sterke stijging van grondstofprijzen (zoals olie), geopolitieke verstoringen of langdurige tekorten. Bedrijven geven die hogere kosten door aan de consument, ook al zit die consument financieel krap. Het gevolg? Een perfecte storm van economische malaise en afnemende koopkracht.

stagflatie

Waarom is stagflatie zo problematisch voor beleidsmakers?

Bij gewone inflatie kan de centrale bank de rente verhogen om de economie af te remmen en prijzen te temperen. Bij een recessie doen ze het omgekeerde: ze verlagen de rente om de economie te stimuleren. Maar bij stagflatie werkt geen van beide methodes zonder nevenschade.

  • Rente verhogen? Dan vertraag je de economie nóg meer, en stijgt de werkloosheid verder.
  • Rente verlagen? Dan voed je de inflatie verder, en daalt de koopkracht nog harder.

Het is dus een situatie waarin élke ingreep tegelijk gewenst én schadelijk is. Alsof je bij brand moet kiezen of je het vuur met olie dan wel benzine blust.

En dat is niet overdreven: tijdens de oliecrisis van de jaren ’70 zat men wereldwijd met de handen in het haar. Centrale banken werden machteloos, vakbonden gingen massaal in staking, lonen werden niet meer geïndexeerd, en de economie kraakte onder het gewicht van systemisch wantrouwen.

Wat betekent stagflatie voor beleggers?

Voor de gemiddelde belegger is stagflatie ronduit vijandig terrein. Er is weinig dat écht goed presteert in zo’n klimaat:

  • Aandelen? Bedrijven hebben hogere kosten en lagere omzetten. Winstmarges krimpen, waarderingen dalen. Zeker cyclische sectoren krijgen rake klappen.
  • Obligaties? Inflatie vreet de reële waarde van toekomstige rente-inkomsten weg. Langlopende obligaties worden zwaar afgestraft.
  • Cash? Wordt letterlijk minder waard door inflatie. Je spaargeld smelt, zelfs als het veilig op de bank staat.

Wat het nóg moeilijker maakt: beleggers raken vaak onzeker over hun strategie. Klassieke 60/40-portefeuilles (60% aandelen, 40% obligaties) verliezen gelijktijdig aan waarde. Zelfs goud en vastgoed, vaak gezien als “vluchthavens”, zijn geen garantie. Beleggen tijdens stagflatie is dus balanceren op een slappe koord, met veel onzekerheid en weinig grip.

Zijn er sectoren die het wél goed doen tijdens stagflatie?

Niet alles is kommer en kwel. In tijden van stagflatie zien we vaak dat bepaalde sectoren of activa relatief beter standhouden. Denk aan:

  • Grondstoffen: Olie, gas, metalen — zeker als ze de oorzaak zijn van de inflatie, stijgen ze ook in prijs. Aandelen van producenten in die sectoren profiteren daar vaak van mee.
  • Defensieve aandelen: Bedrijven in voeding, nutsvoorzieningen of gezondheidszorg blijven draaien, zelfs als de economie hapert.
  • Inflatiegelinkte obligaties: Die verhogen mee met het prijspeil en beschermen je koopkracht gedeeltelijk.
  • Goud: Hoewel geen perfecte hedge, blijft het vaak aantrekkelijk in onzekere tijden — zeker als het vertrouwen in centrale banken wankelt.

Maar let op: zelfs deze sectoren blijven volatiel. Het gaat hier niet om veilige havens, wel om relatieve stabiliteit binnen een woelige markt.

Wat kan je als belegger doen?

Het belangrijkste bij (dreigende) stagflatie is: niet in paniek handelen, maar wel alert blijven. Dit zijn enkele nuchtere overwegingen:

  • Herbekijk je spreiding. Te veel blootstelling aan groeiaandelen of obligaties? Tijd om te herschalen.
  • Hou liquiditeit achter de hand. Niet om de markt te timen, maar om flexibel te blijven.
  • Denk in scenario’s, niet in zekerheden. Beleg niet op één visie, maar bouw een portefeuille die tegen een stootje kan.
  • Overweeg sectorrotatie: van technologie naar defensief, van groei naar waarde.

En vooral: wees niet teleurgesteld als rendementen mager zijn in zo’n fase. Kapitaalbehoud is al een prestatie tijdens stagflatie. Vergelijk het met wandelen in een storm: je hoeft niet vooruit te razen, je moet gewoon rechtop blijven staan.

grondig onderzoek belegger

Is stagflatie een realistisch risico vandaag?

Het debat woedt volop. Sinds de energieprijsstijgingen van 2022, verstoringen in de toeleveringsketens en stijgende loonkosten, zijn economen op hun hoede. Centrale banken verhogen de rente, maar groei hapert, en inflatie lijkt koppiger dan gedacht. In Europa valt het voorlopig mee, maar in de VS zijn sommige analisten bezorgd over signalen van afkoeling met aanhoudende prijsdruk. Daarnaast zijn de tarieven en handelsoorlogen die nu het nieuws domineren met dank aan president Donald Trump zeker ook geen goed nieuws.

Betekent dat dat we op weg zijn naar stagflatie zoals in de jaren ’70? Niet noodzakelijk. De context is anders, en beleidsmakers zijn alerter. Maar het risico is reëel genoeg om serieus te nemen — zeker voor beleggers met een langere horizon.

In dat opzicht is stagflatie geen spookverhaal, maar een waarschuwing. Niet om alles te verkopen, wel om je strategie kritisch te bekijken. Want soms is de griezeligste fase op de beurs niet die van spectaculaire crashes, maar die van sluipende erosie — traag, complex en slopend. En dat is precies wat stagflatie zo verraderlijk maakt.

joris

Joris

Joris is één van de vaste auteurs bij Beleggen for Dummies, waar hij met heldere taal en nuchtere inzichten de wereld van aandelen en beleggen toegankelijk maakt voor iedereen. Als zelfverklaarde ‘late instapper’ weet hij als geen ander hoe verwarrend beleggen kan zijn wanneer je net begint. Precies daarom zet hij zich in om moeilijke financiële concepten om te zetten in begrijpelijke artikels, zonder vakjargon of ingewikkelde formules.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *