Bubble-angst neemt toe nu technologieaandelen dagelijks $100 miljard schommelingen meemaken
De aandelenmarkten lijken opnieuw in een fase van zenuwachtige oververhitting te belanden. Vooral de technologieaandelen – ooit de trots van de moderne economie – zorgen vandaag voor onrust onder beleggers. Dagelijkse koersbewegingen van tientallen miljarden dollars zijn geen uitzondering meer. Wat enkele jaren geleden uitzonderlijk was, lijkt nu bijna de norm te zijn geworden. En met elke nieuwe golf van volatiliteit groeit ook de angst voor een nieuwe zeepbel. Is dit de voorbode van een crash, of slechts een teken van een zenuwachtige maar gezonde markt?

De technologische reuzen als zenuwcentrum van de beurs
Apple, Microsoft, Nvidia, Amazon en Meta. De namen klinken bijna als een mantra voor menig belegger, maar ook als een waarschuwing voor wie zich de geschiedenis van 2000 of 2008 herinnert. Deze bedrijven hebben de beurzen de afgelopen jaren gedomineerd, zowel qua marktkapitalisatie als qua emotie. Wanneer één van hen niest, lijkt de hele Nasdaq verkouden te worden.
Neem bijvoorbeeld Nvidia: het bedrijf dat de motor levert voor de AI-revolutie, zag zijn beurswaarde in enkele maanden tijd honderden miljarden dollars stijgen – en soms even snel weer dalen. Op sommige dagen verdampt er meer waarde dan het volledige bruto binnenlands product van een klein land. Zulke bewegingen tonen niet alleen de macht, maar ook de kwetsbaarheid van een sector die gedreven wordt door verwachtingen, hype en soms pure speculatie.
De vraag is niet enkel of de waarderingen terecht zijn, maar of ze houdbaar zijn in een wereld waar rentevoeten hoger liggen en beleggers sneller schrikken dan vroeger. De prijs van technologieaandelen lijkt tegenwoordig even volatiel als de headlines erover.
Zijn we opnieuw in bubbelterritorium beland?
Het woord ‘bubbel’ is beladen. Het roept beelden op van de dotcom-crisis begin deze eeuw, toen bedrijven zonder winst, maar met grootse beloftes, miljarden waard waren. Ook vandaag hoor je vergelijkbare geluiden: bedrijven met minimale winstgevendheid die torenhoge waarderingen krijgen, enkel omdat ze iets met ‘AI’ doen. De geschiedenis herhaalt zich niet exact, maar ze rijmt wel – en velen herkennen de melodie.
Wat deze keer anders maakt, is dat de dominante spelers wél winstgevend zijn. Apple en Microsoft draaien recordwinsten, Nvidia heeft een orderboek dat leest als een sciencefictionroman en Amazon blijft een onmisbare speler in e-commerce en cloud. Toch neemt de spanning toe. Want zelfs solide winstcijfers kunnen moeilijk opboksen tegen verwachtingen die bijna buitenaards zijn. Wanneer een aandeel geprijsd is alsof het elk kwartaal moet verrassen, volstaat één tegenvallend cijfer om miljarden te laten verdampen.
Ik herinner me nog goed hoe analisten in 1999 met glanzende ogen spraken over het internet als de toekomst van alles – en ze hadden gelijk, maar de waarderingen waren hun tijd ver vooruit. Vandaag hoor ik dezelfde toon bij AI. Dat maakt me tegelijk enthousiast en op mijn hoede. Als iets te snel te groot wordt, is het zelden duurzaam.
De invloed van algoritmen en passieve fondsen
Een factor die vaak onderschat wordt, is de rol van geautomatiseerde handelssystemen en passieve indexfondsen. In een tijdperk waarin miljarden dollars worden verplaatst met een druk op de knop, kan een kleine verandering in sentiment een lawine-effect veroorzaken. Wanneer een aandeel uit de gratie valt, verkopen algoritmen razendsnel – vaak zonder dat er een mens aan te pas komt. Dat versterkt de schommelingen die we nu zien.
Bovendien volgen passieve fondsen simpelweg de index. Als Apple of Nvidia zwaar weegt in een index, moeten fondsen automatisch bijkopen of verkopen, ongeacht de fundamentele waarde. Het gevolg? Bewegingen van tientallen miljarden in enkele uren tijd. Dit verklaart deels waarom technologieaandelen de motor – én de achilleshiel – van de markten zijn geworden.
De liquiditeit die deze fondsen brengen, is op korte termijn positief. Maar ze maken de markt ook kwetsbaarder voor collectieve paniek. Een klein tikje op de dominostenen kan plots een kettingreactie veroorzaken. En die angst sluimert nu onder de oppervlakte.

Wat drijft de angst voor een bubbel echt?
De onderliggende nervositeit is niet enkel gebaseerd op koersen, maar op een gevoel. Beleggers voelen dat de waarderingen in sommige segmenten losgezongen zijn van de realiteit. De ‘fear of missing out’ – FOMO – duwt hen richting aandelen die al peperduur zijn, terwijl rationele beleggers zich steeds ongemakkelijker voelen. Het doet denken aan een feestje dat te lang doorgaat: iedereen voelt dat het tijd is om naar huis te gaan, maar niemand wil de eerste zijn die vertrekt.
Daarnaast speelt de bredere economische context mee. Centrale banken hebben jarenlang geld goedkoop gehouden, waardoor kapitaal overvloedig was. Nu de rente hoger ligt, wordt de vraag dringender: wat is de échte waarde van groei, los van goedkoop krediet? Die herijking verloopt niet zonder slag of stoot, en de technologieaandelen zijn het duidelijkste symptoom van die zoektocht naar evenwicht.
Er is ook een psychologisch element. Beleggers willen geloven in technologische vooruitgang – en terecht. AI, robotica, kwantumcomputing, biotechnologie: dit zijn reële innovaties met potentieel. Maar markten hebben de neiging om in korte tijd te veel toekomst in te prijzen. De angst voor een bubbel is dus deels een reactie op onze menselijke neiging om te overdrijven, in beide richtingen.
Is het verstandig om nu in te stappen of beter even af te wachten?
Er bestaat geen universeel antwoord op die vraag. Wie vandaag instapt in de technologiegiganten, moet zich bewust zijn van het risico dat zelfs sterke bedrijven tijdelijk kunnen halveren in waarde. Dat betekent niet dat ze slechte investeringen zijn – maar wel dat de rit hobbelig kan zijn. Persoonlijk ben ik voorstander van gespreid beleggen: een beetje technologie, maar ook traditionele sectoren zoals gezondheidszorg, energie of defensieve consumptiegoederen. Het haalt wat adrenaline uit de portefeuille, en dat is op zich al een winst.
Een andere strategie is om te kijken naar de minder glamoureuze delen van de technologiesector – de toeleveranciers, de halfgeleiderfabrikanten, of bedrijven die niet op de voorpagina’s staan maar wel essentieel zijn. Vaak zit daar meer stabiliteit en een betere waardering. De geschiedenis leert dat de grootste winsten niet altijd in de spotlight worden geboekt.
Wie toch in de giganten gelooft, kan overwegen om in fases te kopen. Niet alles in één keer, maar stapsgewijs. Zo spreid je het risico over tijd. De markt is geen sprint, het is een marathon. En zelfs de beste lopers weten dat je niet te snel moet starten.
Hoe beleggers zich kunnen voorbereiden op turbulentie
De toename van volatiliteit is geen reden tot paniek, maar wel tot reflectie. Wie vandaag belegt, doet er goed aan zijn portefeuille te herzien. Niet in paniek verkopen, maar ook niet blind blijven geloven in een eeuwige stijging. Realisme is de beste buffer tegen teleurstelling. Controleer regelmatig de verhouding tussen groei- en waardeaandelen, en durf winst te nemen wanneer koersen ver boven hun historische gemiddelden staan.
Daarnaast loont het om liquiditeit te behouden. Contanten of kortlopende obligaties bieden rust – en de mogelijkheid om te kopen wanneer anderen verkopen. De beste kansen ontstaan vaak in de momenten van paniek, niet in euforie. En laten we eerlijk zijn: er komt altijd wel weer een moment van paniek.
De huidige situatie doet denken aan een touw dat te strak gespannen staat. Het houdt nog even, maar iedereen voelt dat één verkeerde beweging het kan doen trillen. Of dat leidt tot een crash, is koffiedik kijken. Maar wie de lessen van het verleden onthoudt, weet dat voorzichtigheid zelden verkeerd is. Want in elke zeepbel schuilt een kern van waarheid – maar ook een wolk van illusie.